Multicarrier verzendsoftware laten maken
Wie met meer dan een vervoerder verzendt, maakt de keuze meestal met de hand of laat een verzendplatform kiezen. Zodra het volume groeit gaat dat wringen: de ene bestemming kan alleen bij de een, het ene product mag alleen bij de ander, de sluitingstijden lopen uiteen en de statussen komen in vijf verschillende vormen binnen. Appfront bouwt verzendsoftware die per zending zelf de vervoerder kiest op regels die u kent, het label en de bijbehorende documenten maakt, en alle gebeurtenissen samenbrengt in een statusmodel dat uw organisatie kan uitleggen.
Wat multicarrier verzenden anders maakt
Bij een enkele vervoerder is verzenden een handeling: pak de order, plak het label, klaar. De software hoeft dan een ding te kunnen en dat kan bijna elk pakket. Met meerdere vervoerders naast elkaar verandert de aard van het probleem, want er komt een beslissing bij. Die beslissing valt per zending: de inhoud, het gewicht, de afmeting, de bestemming, de belofte aan de klant en het moment van de dag bepalen samen welke vervoerder en welk product passen. Twee orders van dezelfde klant op dezelfde dag kunnen dus bij verschillende partijen horen.
Zit u hier goed? Deze pagina gaat over het routeren zelf en over meerdere vervoerders naast elkaar in een proces. Wilt u vooral achteraf controleren of de factuur van de vervoerder klopt, met gewichtscorrecties en toeslagen, dan hoort u bij parcel audit software. Gaat het om een koppeling met een verzendplatform, dan is een MyParcel-integratie de kortere weg. Hier draait het om de vraag die daarvoor komt: welke vervoerder krijgt deze zending, en waarom.
Het tweede verschil zit in de nazorg. Elke vervoerder levert zijn eigen gebeurtenissen, met eigen codes, eigen tijdstippen en een eigen opvatting van wat afgeleverd betekent. Wie die codes een op een doorgeeft aan de klantenservice, aan de webshop en aan de administratie, bouwt de verschillen tussen vervoerders in zijn hele organisatie in. Een eigen model erboven is daarom geen luxe maar het fundament waarop de rest rust.
Verzenden met meerdere vervoerders is zelden een keuze uit ambitie. Het begint bij een grens: een vervoerder die pakketten boven een bepaalde maat niet aanneemt, een land waar uw vaste partij duur of traag is, een zakelijke klant die een eigen vervoerder voorschrijft, of een piekperiode waarin een partij zijn ophaalcapaciteit begrenst. Vanaf dat moment staan er twee of drie portalen naast elkaar en verhuist de logica naar de mensen. U merkt het aan de symptomen: een spreadsheet met wie wat waar verzendt, een pakstation waar de ervaren medewerker sneller is dan de nieuwe omdat hij de regels kent, en een klantenservice met drie tabbladen open. Die symptomen zijn geen slordigheid, maar het gevolg van logica die nergens is vastgelegd.
De keuze valt per zending
Niet per klant en niet per webshop. Twee orders van dezelfde klant kunnen bij verschillende vervoerders horen.
Elke vervoerder heeft eigen taal
Andere velden, andere productnamen, andere statuscodes. Zonder eigen model erft u die verschillen in uw hele proces.
De uitzondering kost het meeste tijd
Zendingen die gewoon aankomen vragen geen aandacht. Het werk zit in de zendingen die blijven hangen.
Vervoerderkeuze per zending, op regels die u zelf kent
Een regelset klinkt eenvoudig tot u hem opschrijft. In de praktijk bestaat de keuze uit twee stappen die u apart moet houden: eerst uitsluiten wat niet kan, daarna rangschikken wat wel kan. Die scheiding voorkomt de meest gemaakte fout, namelijk een lijst met voorkeuren waarin een harde beperking als voorkeur is opgenomen. Uitsluiten gaat over de grenzen van het product: het land of de postcode ligt buiten het bezorggebied, het gewicht of de langste zijde valt buiten de maten, de omtrek is te groot, de inhoud vraagt om een behandeling die deze vervoerder niet aanbiedt, of het aanmeldmoment ligt na de sluitingstijd van vandaag. Wat na die stap overblijft is de verzameling geldige mogelijkheden, en pas daar begint de afweging.
Rangschikken doet u op meer dan de vrachtprijs. De belofte aan de klant staat vaak bovenaan: is bij de order een bezorgdag of een tijdvak gekozen, dan valt alles af wat die dag niet haalt. Daarna komen de eigen prijsafspraken, waarbij de vergelijking eerlijk moet zijn. Vervoerders rekenen namelijk niet met hetzelfde gewicht. Naast het werkelijke gewicht bestaat het volumegewicht, waarbij lengte, breedte en hoogte via een deler van de vervoerder worden omgerekend en de hoogste van de twee de basis vormt. Twee vervoerders met een vergelijkbare prijslijst kunnen daardoor toch heel verschillend uitvallen voor hetzelfde dozentje lucht. Rekent uw software alleen met het werkelijke gewicht, dan lijkt de keuze goed en blijkt hij op de factuur anders.
Daarnaast spelen afspraken mee die niets met de losse zending te maken hebben. Wie zijn volume over vervoerders heeft verdeeld, heeft meestal aantallen afgesproken, en die aantallen zijn een randvoorwaarde van de keuze. Een systeem dat elke zending los optimaliseert kan aan het eind van de periode ontdekken dat een vervoerder zijn afgesproken hoeveelheid niet gehaald heeft. Er hoort dus een teller bij, per vervoerder en per periode, die meeweegt in de rangschikking. Hetzelfde geldt voor capaciteit op de dag: heeft een vervoerder een maximum per ophaalronde, of zijn de rolcontainers vol, dan moet de rest van de zendingen ergens anders heen, zonder dat iemand handmatig regels gaat aanpassen.
Een vraag die vaak wordt overgeslagen: op welk moment valt de keuze? Bij orderintake kent u de bestemming en de belofte, maar niet het werkelijke gewicht en niet in welke doos het past. Bij het pakken weet u dat wel, maar dan is de klant al geïnformeerd. De meeste verzenders hebben daarom twee momenten nodig. Een voorlopige keuze bij de order bepaalt wat u de klant vertelt en wat u afrekent. Een definitieve keuze bij het aanmelden gebruikt de werkelijke doos en het werkelijke gewicht. Wijkt de tweede af van de eerste, dan hoort dat verschil zichtbaar te worden, want het is precies het verschil tussen wat u dacht en wat de vervoerder straks factureert.
Ten slotte moet de uitkomst uitlegbaar zijn. Bij elke zending hoort te staan welke mogelijkheden er waren, welke afvielen en om welke reden, en welke regel de winnaar aanwees. Dat lijkt een detail, tot de eerste keer dat iemand op de werkvloer zegt dat het systeem raar doet. Zonder vastlegging is dat gesprek niet te beslechten en wordt de regelset uit voorzorg versoepeld tot hij niets meer betekent. Met vastlegging kunt u een keuze nabouwen, ook veel later, en ziet u welke regel in de praktijk het vaakst beslist. Dat laatste is verrassend vaak een regel die niemand meer bewust heeft gekozen.
Wanneer de goedkoopste keuze de duurste blijkt
De verleiding van vervoerdervergelijking is om alleen op de vrachtprijs te sorteren. Dat werkt prima voor zendingen die netjes aankomen. De totale kosten van een zending bestaan echter ook uit wat er gebeurt als het misgaat: een mislukte eerste poging, een klant die belt, een pakket dat naar een servicepunt gaat waar de ontvanger nooit komt, een zending die retour afzender vertrekt. Die kosten liggen deels bij de vervoerder en deels bij u, in klantcontact en in opnieuw verzenden. Ze verschillen per vervoerder, per bestemming en per soort adres, en juist die verschillen ziet u niet in een vergelijking die op de vrachtprijs stopt.
U kunt dat meenemen zonder in modellen te verdwalen. Houd per vervoerder en per gebiedsindeling bij hoe vaak de eerste bezorgpoging slaagt, hoe vaak een zending bij een servicepunt eindigt en hoe vaak er een retour volgt. Die cijfers komen uit uw eigen statusmodel, dus u hebt ze al zodra dat model staat. Vertaal ze naar een opslag op de vrachtprijs in de rangschikking en de keuze verschuift op precies de plekken waar dat verdiend is. Verkoopt u aan zakelijke ontvangers en aan consumenten door elkaar, dan zult u zien dat dezelfde vervoerder in het ene segment sterk is en in het andere niet.
Wat multicarrier verzendsoftware moet kunnen
Deze onderdelen hangen samen. Een keuzeregel zonder herleidbare uitkomst levert discussie op, een label zonder adrescontrole levert uitval op, en een statusmodel zonder de ruwe berichten erachter laat u met de handen omhoog staan zodra een vervoerder zijn codes wijzigt.
Wat er niet in staat is even belangrijk. Dit is geen planningssysteem voor eigen vervoer en geen vrachtmodule voor pallets bij een transporteur. Rijdt u zelf, of gaat uw volume in vrachtbrieven in plaats van pakketlabels, dan hoort daar ander gereedschap bij, met ritten en laadruimte als kern: zie transport software laten maken.
Regelset met herleidbare uitkomst
Voorwaarden die u zelf beheert, met per zending de vastgelegde reden waarom deze vervoerder gekozen werd.
Labels in het formaat van de printer
Thermisch of als document, in de juiste maat, met een wachtrij die opnieuw afdrukken en annuleren aankan.
Douanegegevens per regel
Goederencode, land van oorsprong, waarde en gewicht per artikelregel, plus de leveringsvoorwaarde van de zending.
Eigen statusmodel met ruwe bron
Gebeurtenissen van alle vervoerders afgebeeld op uw eigen stappen, met het onbewerkte bericht bewaard naast de afbeelding.
Retour als eigen zending
Een retour krijgt een eigen nummer, eigen vervoerder en eigen status, gekoppeld aan de order en aan de ontvangst in het pand.
Een koppelingslaag per vervoerder
Elke vervoerder achter een eigen vertaallaag met eigen tests, zodat een wijziging bij een partij de rest niet raakt.
Labels en documenten die de eerste keer kloppen
Het label is het punt waarop alle voorbereiding samenkomt, en waar fouten het duurst zijn. Een zending die met een verkeerd adres of een verkeerd product de deur uit gaat, komt terug in de vorm van klantcontact, een tweede verzending en een correctie op de factuur. De meeste van die fouten zijn vooraf te zien. Een adrescontrole die postcode, huisnummer en toevoeging tegen een bron houdt, vangt de tikfouten en de ontbrekende toevoegingen die anders bij de bezorger opduiken. Bij bestemmingen buiten Nederland hoort daar een controle op de opbouw van het adres bij, want niet elk land kent hetzelfde patroon van straat, nummer en postcode.
Daarna volgt de techniek van het afdrukken, en die is minder triviaal dan hij lijkt. Vervoerders leveren labels als document of als printertaal. Een thermische printer wil dat laatste, in de resolutie van dat apparaat, en een label dat op een kantoorprinter goed staat kan op de werkvloer onleesbaar uit de rol komen. In een pakstation hoort de wachtrij per werkplek te lopen, met opnieuw afdrukken zonder een nieuwe zending aan te melden, want elk nieuw aanmeldmoment maakt een nieuw zendingnummer aan. Ongebruikte nummers moeten binnen het venster van de vervoerder geannuleerd worden, anders duiken ze later op in de facturatie.
Op het label hoort meer dan het adres. De vervoerder leest zijn eigen barcode met het zendingnummer, en daarnaast staan er gegevens die zijn sortering aansturen, zoals een routerings- of depotcode die uit zijn systeem komt en die u dus niet zelf kunt bedenken. Daarom laat u labels door de vervoerder opmaken en bouwt u ze niet na, ook al lijkt de opmaak eenvoudig. Wat u wel toevoegt is uw eigen aanduiding: een ordernummer of een verwijzing naar de picklijst die uw medewerkers kunnen scannen, zodat een doos in uw eigen proces terug te vinden is zonder eerst het portaal van de vervoerder te openen.
Even belangrijk is het vasthouden van wat er is aangemeld. Op het moment dat de vervoerder een zendingnummer teruggeeft, bestaat de zending in de buitenwereld. Vanaf dat moment hoort uw systeem te weten welk nummer bij welke order, welke doos en welke inhoud hoort, ook als er daarna wordt omgepakt. Splitsen is daarbij een eigen onderwerp: meerdere dozen onder een order, elk met een eigen nummer, en een statusbeeld dat pas afgerond is als het laatste stuk er is.
Bij het aanmelden hoort ook de afsluiting van de dag. Vervoerders willen weten welke zendingen er in de ophaalronde zitten, en die opgave is meer dan een formaliteit. Zendingen die er niet in staan kunnen in het sorteercentrum als onbekend worden behandeld, en zendingen die er wel in staan maar niet meegaan blijven als open post staan. Een dagafsluiting per vervoerder, met een lijst die u kunt terugzien, voorkomt dat de discussie de volgende ochtend op gevoel gaat. Verzendt u vanuit meerdere panden of onder meerdere merken, dan hoort die afsluiting per pand en per contract te lopen, want vervoerders koppelen hun ophaalronde aan een specifiek adres en een specifiek klantnummer.
Zendingen die de grens over gaan
Zodra een zending de Europese Unie verlaat of binnenkomt, verschuift het werk naar de gegevens. Voor de douane is niet de doos het onderwerp maar de inhoud, per artikelregel: een omschrijving die een buitenstaander begrijpt, de goederencode, het land van oorsprong, het aantal, het gewicht en de waarde. Daarnaast hoort bij de zending de leveringsvoorwaarde, dus of de ontvanger de invoerrechten betaalt of u, en het registratienummer waaronder uw bedrijf bij de douane bekend is. De vervoerder doet doorgaans de aangifte, maar hij doet dat met uw gegevens, en een onvolledige regel wordt zijn probleem pas als het pakket stilstaat.
Dat betekent dat die gegevens veel eerder in uw keten moeten kloppen dan bij het pakken. Een goederencode hangt aan het artikel en niet aan de zending, en hoort dus in het artikelbeheer thuis, met een controle die nieuwe artikelen zonder code tegenhoudt voor internationale verkoop. Voor de zending zelf geldt dat vervoerders de gegevens vooraf elektronisch nodig hebben, in het formaat dat hun aangifteproces vraagt, en dat een ontbrekend veld daar tot een weigering leidt in plaats van tot een waarschuwing. Bewaar de opgemaakte documenten bij de zending, zodat een klant of een controleur later een kopie kan krijgen zonder dat er een nieuw label ontstaat.
- Adres gecontroleerd voordat het label wordt gemaakt
- Label in het formaat dat de printer echt spreekt
- Zendingnummer vastgelegd op het moment van aanmelden
- Annuleren binnen het venster van de vervoerder
- Goederencode en oorsprong per artikelregel
- Documenten opnieuw op te vragen zonder nieuw label
Test je idee eerst — werkend prototype in 1 dag
Met OneDayBuild maken we je idee in één dag tastbaar voor €950, zodat je weet of verdere ontwikkeling de investering waard is. Besluit je door te gaan met de volledige bouw? Dan verrekenen we de kosten volledig.
Bekijk OneDayBuild →Track and trace van vijf vervoerders, een statusmodel
Vraag een willekeurige verzender waar zijn zendingen zijn en het antwoord is meestal dat het per vervoerder op te zoeken valt. Dat is precies het probleem. Zolang de statussen in de taal van de vervoerder blijven, is er geen overzicht, kan de klantenservice niet in een werklijst werken en kan niemand zeggen hoeveel zendingen er op dit moment vastzitten. De oplossing is niet een mooiere weergave maar een eigen model: een beperkte, vaste reeks stappen die beschrijft wat er met een zending gebeurt, waar de codes van elke vervoerder naartoe worden afgebeeld. Aangemeld, ingenomen, onderweg, in bezorging, afgeleverd, klaar op een servicepunt, mislukte poging, geweigerd, retour, vermist: meer heeft de meeste organisatie niet nodig.
Bij die afbeelding horen drie afspraken die u niet later kunt bedenken. Ten eerste bewaart u naast de afgebeelde stap ook het onbewerkte bericht van de vervoerder, met zijn eigen code en zijn eigen tekst. Wijzigt hij een code, of blijkt uw afbeelding verkeerd, dan kunt u opnieuw afbeelden zonder het verleden kwijt te zijn. Ten tweede legt u twee tijdstippen vast: het moment waarop de gebeurtenis volgens de vervoerder plaatsvond en het moment waarop u het bericht ontving. Die twee lopen uiteen, soms flink, en alleen met beide kunt u volgorde en vertraging uit elkaar houden. Ten derde krijgt elke gebeurtenis een sleutel mee waarmee u dubbele berichten herkent.
Berichten komen namelijk door elkaar binnen. De ene vervoerder stuurt gebeurtenissen naar een adres bij u, de andere laat u ze ophalen, en een derde doet beide met verschillende inhoud. Een bericht kan twee keer komen, of in de verkeerde volgorde, waarbij de aflevering eerder arriveert dan de scan in het sorteercentrum. Uw model mag daar niet van in de war raken: de stand van de zending volgt uit de gebeurtenis met het laatste tijdstip van de vervoerder, niet uit het laatste bericht dat binnenkwam. En afgeleverd is geen eindstation, want daarna kan nog een weigering of een retour volgen.
De laatste stap is dat iemand er iets mee doet. Een statusmodel dat alleen een tijdlijn per zending vult, is een naslagwerk. Het wordt gereedschap zodra u er drempels op zet: zendingen zonder inname na het venster van die vervoerder, zendingen die te lang in bezorging staan, pakketten op een servicepunt waarvan de bewaartermijn afloopt, retouren die zijn aangemeld maar niet zijn aangekomen. Elk van die groepen is een werklijst met een eigenaar, en de omvang van die lijsten is tegelijk uw kwaliteitsmeting. Bouwt u ze niet, dan doet de klantenservice hetzelfde werk reactief, per telefoontje, zonder te zien dat er vijftig andere zendingen met hetzelfde probleem staan.
Wat u hiermee krijgt is meer dan een net overzicht. Zodra alle vervoerders dezelfde stappen spreken, kunt u vergelijken: bij welke vervoerder blijft welk deel van de zendingen hangen, waar duurt de eerste scan het langst, welke bestemmingen leveren de meeste tweede pogingen op. Diezelfde stappen voeden de pagina die uw klant ziet, en dat werkt alleen als de teksten van u zijn en niet uit vijf verschillende bronnen komen. Hoe die kant eruitziet leest u bij een track en trace systeem laten maken.
Uitval, uitzonderingen en de dag dat een vervoerder verandert
Een zending die aankomt vraagt geen aandacht. Het werk zit in de rest, en die rest is groter dan de meeste bedrijven denken. Uitval begint vaak met stilte: er is een label gemaakt, maar er komt geen eerste scan, omdat de doos achter een rolcontainer stond of niet is meegegaan met de ophaalronde. Zonder detectie op afwezigheid merkt u dat pas als de klant belt. De regel zelf is eenvoudig: heeft een zending na het verwachte venster van die vervoerder nog geen inname, dan hoort hij in een werklijst te staan, met de reden erbij.
Daarna volgt de reeks bekende uitzonderingen: adres onjuist, ontvanger niet thuis, pakket beschadigd, zending vastgehouden bij de douane, pakket niet opgehaald op het servicepunt, en het geval dat niemand wil, vermist. Elk van die situaties heeft een eigen vervolgstap, en die stap is meer dan een telefoontje. Adres onjuist betekent een correctie doorgeven, wat bij de een via een portaal gaat en bij de ander via een bericht in de koppeling. Beschadiging en vermissing betekenen een claim, met een termijn die per vervoerder verschilt en met bewijs dat u alleen hebt als u het bij de zending hebt bewaard.
Bij zakelijke zendingen komt het afleverbewijs erbij. Wie levert onder voorwaarden waarin de ontvangst betwist kan worden, wil de aftekening kunnen laten zien: de naam, het tijdstip en, waar de vervoerder dat vastlegt, de handtekening of de foto van de afgifte. Die bewijzen zijn bij de vervoerder maar een beperkte periode op te vragen en daarna niet meer. Haalt u ze op zodra een zending is afgeleverd en bewaart u ze bij de zending, dan is een discussie over een niet ontvangen levering een kwestie van opzoeken in plaats van een zoektocht door twee portalen.
Retouren horen in dit rijtje omdat ze in de praktijk dezelfde uitzonderingen kennen, maar omgekeerd. Een retour is een eigen zending met een eigen nummer, een eigen vervoerder en een eigen status, en niet een vlaggetje op de oorspronkelijke order. Alleen zo kunt u de gevallen aan waar het echt om gaat: een retour die is aangemeld maar nooit aankomt, een klant die met een eigen label verzendt, een pakket dat terugkomt zonder aanmelding, of een weigering die de vervoerder als retour terugstuurt. Hoe u dat proces verder inricht staat bij retourbeheer software.
En dan verandert er iets aan de kant van de vervoerder. Dat gebeurt met regelmaat, in drie vormen. Een technische wijziging: een nieuwe versie van de koppeling, een veld dat verplicht wordt, een authenticatie die anders gaat. Een commerciële wijziging: nieuwe prijslijsten, andere zones, andere toeslagen, een brandstofopslag die per periode meebeweegt. En een productwijziging: een dienst die vervalt, een nieuwe bezorgvorm, andere maximale maten. Alle drie raken uw software, maar alleen de eerste geeft een foutmelding. De andere twee laten uw systeem gewoon doorwerken met verouderde uitgangspunten, en dat is de gevaarlijkste van de drie.
Daar is een bouwwijze voor. Elke vervoerder zit achter een eigen vertaallaag die uw zendingmodel omzet naar zijn formaat en zijn antwoorden terugbrengt naar uw model, zodat de rest van het systeem geen enkele vervoerder van binnen kent. Bij elke laag horen tests die tegen de testomgeving van die vervoerder lopen, zodat een aangekondigde versiewissel opvalt voordat de ingangsdatum verstrijkt. Prijsafspraken, zones, toeslagen en maximale maten staan als gegevens in het systeem, met een ingangsdatum, en niet verstopt in de code. Een nieuwe prijslijst is dan een import met een datum en geen aanpassing die door de acceptatie moet.
Een vervoerder toevoegen is bovendien meer dan een sleutel invullen. Er komt een contract bij met een klantnummer per pand of per merk, een testomgeving waarin u zendingen aanmeldt, en bij de meeste partijen een goedkeuring van uw labels voordat u naar productie mag: zij controleren of de barcode leesbaar is en of de opmaak hun sortering niet in de weg zit. Daarnaast stelt elke vervoerder eigen eisen aan de gegevens, bijvoorbeeld een telefoonnummer of e-mailadres van de ontvanger zodra u met bezorgberichten werkt. Reken dat mee bij de eerste vervoerder die u toevoegt. De tweede en de derde gaan sneller, maar niet omdat hun koppeling eenvoudiger is.
Dat brengt de eerlijke vraag naar boven: moet u dit zelf laten bouwen? Voor veel verzenders niet. Er bestaan volwassen multicarrier-platformen die tientallen vervoerders kant-en-klaar aanbieden, de koppelingen bijhouden en een regelscherm meeleveren, en Nederlandse partijen zijn daar goed vertegenwoordigd. Past uw keuze in dat scherm en gaat uw volume over gangbare producten, dan koopt u dat in en verschuift uw inspanning van bouwen naar inrichten. Maatwerk loont als de keuze afhangt van gegevens die alleen in uw eigen processen zitten, als een zending pas tijdens het pakken zijn vorm krijgt, of als u orders moet splitsen over vervoerders volgens regels die het platform niet kent. Vaak is de tussenweg het antwoord: een platform voor de koppelingen, uw eigen logica ervoor. Hoe we die afweging maken leest u bij logistieke processen automatiseren.
- Platform als uw regels in hun regelscherm passen
- Platform als u vooral koppelingen nodig hebt, geen logica
- Maatwerk bij keuzeregels uit uw eigen processen
- Maatwerk als de zending pas bij het pakken vorm krijgt
- Tussenweg: platform voor de koppelingen, eigen keuzelogica ervoor
Veelgestelde vragen over multicarrier verzendsoftware
Een koppeling brengt uw zendingen naar een partij en gebruikt de keuzelogica van die partij. Multicarrier verzendsoftware maakt de keuze zelf: het systeem bepaalt per zending welke vervoerder en welk product passen, houdt bij wat er is aangemeld en welke gebeurtenissen daarop volgden, en blijft werken als er een vervoerder bij komt of wegvalt. Zoekt u die ene koppeling, dan is een MyParcel-integratie de kortere route. Werkt u met meerdere contracten naast elkaar, dan is de keuzelogica zelf het onderwerp.
Op regels die u zelf vastlegt, toegepast in een vaste volgorde. Eerst valt af wat niet kan: een bestemming buiten het gebied van de vervoerder, gewicht of afmeting buiten de grenzen van het product, een zending met leeftijdscontrole of gevaarlijke stoffen, een aanmelding na de sluitingstijd van die dag. Wat overblijft rangschikt het systeem op de belofte aan de klant, de vrachtkosten volgens uw eigen prijsafspraken en de ruimte die nog binnen een volumeafspraak zit. De uitkomst hoort per zending terug te lezen, met de regel die de keuze maakte.
Door een eigen statusmodel te definiëren en de codes van elke vervoerder daarnaartoe af te beelden, in plaats van de codes van alle vervoerders naast elkaar te tonen. Dat model beschrijft wat er met de zending gebeurt: aangemeld, ingenomen, onderweg, in bezorging, afgeleverd, klaar op een servicepunt, mislukte poging, geweigerd, retour, vermist. Elke gebeurtenis bewaart u daarnaast onbewerkt, met het tijdstip van de vervoerder en het tijdstip van ontvangst, zodat u een afbeelding later kunt herzien zonder de bron kwijt te zijn.
Dat is geen incident maar terugkerend onderhoud, en het systeem hoort daarop gebouwd te zijn. Per vervoerder zit er een eigen laag tussen die uw zendingmodel vertaalt naar het formaat van die partij, zodat een wijziging bij een vervoerder de rest niet raakt. Bij elke laag horen tests die tegen de testomgeving van de vervoerder lopen, zodat een aangekondigde versiewissel opvalt voordat de ingangsdatum verstrijkt. Prijsafspraken, zones en toeslagen staan als gegevens in het systeem, met een ingangsdatum, en niet verstopt in de code.
Dat is een ander onderwerp. Deze pagina gaat over de keuze vooraf en over de uitvoering: welke vervoerder, welk label, welke documenten, welke status. Het naast elkaar leggen van de factuur van de vervoerder en de zendingen die u werkelijk hebt aangemeld, met gewichtscorrecties en toeslagen erbij, is werk achteraf met een eigen datamodel en een eigen bezwaarproces. Daarvoor is parcel audit software de juiste ingang. De twee sluiten wel op elkaar aan, want de verwachte kosten uit de keuzelogica vormen de meetlat voor die controle.
Vaak wel, en voor veel verzenders is dat de verstandigere route. Er bestaan volwassen multicarrier-platformen die tientallen vervoerders kant-en-klaar aanbieden en die de koppelingen zelf bijhouden. Past uw keuzelogica in hun regelscherm en gaat uw volume over gangbare producten, dan koopt u dat in. Maatwerk wordt interessant als de keuze afhangt van gegevens die alleen in uw eigen processen zitten, als een zending pas tijdens het orderpakken zijn definitieve vorm krijgt, of als u zendingen moet splitsen over vervoerders volgens regels die het platform niet kent.
Gerelateerde diensten
Parcel audit software
Klopt de factuur van de vervoerder met de zendingen die u werkelijk hebt aangemeld? Gewichtscorrecties, toeslagen en labels die nooit verzonden zijn, controleert u achteraf, met een eigen bezwaarproces. Dat is het onderwerp van parcel audit software laten maken.
MyParcel-integratie
Werkt u met een verzendplatform en hebt u vooral die ene koppeling nodig, met labels en statussen terug in uw eigen systeem, dan is een MyParcel-integratie laten maken een kortere route dan een eigen keuzelaag.
Track and trace naar de klant
De statussen die u samenbrengt wilt u ook aan de ontvanger tonen, in uw eigen woorden en met uw eigen berichten in plaats van tien verschillende vervoerderspagina's. Dat vraagt een eigen statuspagina en eigen meldingen: een track en trace systeem laten maken.
Retourbeheer en warehouse
Retouren die verder gaan dan een label, met keuring, herbevoorrading en creditering, staan bij retourbeheer software laten maken. Zit het knelpunt in het pand zelf, bij ontvangst, locaties en orderpicken, dan is een WMS-systeem op maat de plek om te beginnen.
Uw verzendproces langs de vervoerders
Vertel ons met welke vervoerders u werkt, welke keuzeregels nu in iemands hoofd of in een spreadsheet zitten en wat er vandaag gebeurt als een zending na het aanmelden nooit gescand wordt. Uit die drie antwoorden blijkt meestal of een platform, maatwerk of een combinatie het beste past, en welk deel u het eerst zou moeten aanpakken.