Welke mapping-stack kiezen jullie meestal?
Dat hangt af van het gebruik. Voor consumenten- en publieks-apps werken we vaak met Mapbox GL of Maptiler vanwege de fraaie vector-stijl en redelijke licentiekosten. Voor publieke-sector projecten kiezen we doorgaans Leaflet bovenop OpenStreetMap of een combinatie met PDOK-tiles, omdat dat licentievrij en interoperabel is. Voor organisaties die al zwaar in ESRI investeren, sluiten we aan op ArcGIS Online of ArcGIS Enterprise. Google Maps gebruiken we waar herkenning belangrijker is dan customisatie. We adviseren altijd op basis van uw data, doelgroep en bestaande contracten — niet op basis van wat wij gewend zijn.
Hoe nauwkeurig is de locatie in de app?
Met de standaard GPS-chip in moderne smartphones haalt u in de open lucht doorgaans drie tot vijf meter nauwkeurigheid, in stedelijk gebied iets minder. Voor field-survey, archeologie of kabel- en leidingwerk is dat soms onvoldoende — dan koppelen we externe GNSS-ontvangers zoals Trimble Catalyst, Emlid Reach of een Septentrio Mosaic via bluetooth. Met RTK-correctie via een NTRIP-stream haalt u dan centimeter-precisie. De app valt automatisch terug op de ingebouwde GPS als de externe ontvanger niet beschikbaar is.
Werkt de app echt offline in een gebied zonder netwerk?
Ja, dat is een kerneis voor de meeste geo-apps die wij bouwen. We downloaden tiles en feature-data vooraf naar het toestel, slaan alle werkbonnen, foto's en metingen lokaal op in een SQLite- of MMKV-store, en synchroniseren via een queue zodra er weer netwerk is. Conflict-resolution voor objecten die tegelijk door meerdere veldwerkers zijn aangeraakt zit standaard in het ontwerp. We testen dit in elke sprint op vliegtuigmodus en slechte 4G — niet alleen op een snelle Wi-Fi op kantoor.
Kunnen jullie koppelen met onze GIS-omgeving?
In de praktijk vrijwel altijd. Voor ESRI: ArcGIS Online via REST-services of ArcGIS Enterprise. Voor open-source-stacks: GeoServer met WMS, WFS of WMTS, of een directe PostGIS-database. Voor QGIS-publicaties: een tussenstap via een WFS-feed of een geëxporteerde GeoPackage. Voor PDOK-data: de open WMS- en WFS-services. We doen tweerichtingskoppeling waar dat zinvol is, zodat veldopnamen automatisch in uw kantoor-GIS landen en omgekeerd.
Wat met AVG bij locatiedata van personen?
Locatie van een persoon valt onder bijzondere persoonsgegevens onder de AVG, zeker als die continu of in real-time wordt verzameld. We bouwen consent-flows, dataminimalisatie en bewaartermijnen direct in de app, met audit-log voor wanneer en waarom locatie wordt verzameld. Voor wagenpark-toepassingen met persoonsgebonden voertuigen werken we met OR-akkoorden en privacy-by-design uitgangspunten. Bij projecten met locatie van patiënten, leerlingen of inwoners doen we standaard een DPIA. We werken samen met uw privacy-officer of FG om de juridische randen scherp te krijgen.
Hoe combineer je een geo-app met AI of beeldherkenning?
Steeds vaker willen organisaties dat een foto die in het veld wordt gemaakt automatisch wordt gecategoriseerd of geanalyseerd — een ecoloog die een plant fotografeert en direct de soort terugkrijgt, een toezichthouder die afval registreert en het type automatisch laat detecteren, een vastgoedtaxateur die schade fotografeert en een eerste inschatting krijgt. We bouwen dit als losse AI-laag bovenop de geo-app, met modellen die on-device of in de cloud draaien afhankelijk van privacy en datavolume. Voor de aanpak en mogelijkheden verwijzen we naar onze pagina over
AI-ontwikkeling.
Wat is INSPIRE en moeten wij daaraan voldoen?
INSPIRE is een Europese richtlijn die overheidsorganisaties verplicht om bepaalde ruimtelijke datasets in een gestandaardiseerd formaat en met gestandaardiseerde metadata te publiceren. Als u een gemeente, waterschap, provincie of omgevingsdienst bent en met openbare ruimtelijke data werkt, is dit doorgaans van toepassing. We zorgen dat de data-export van uw app de juiste GML- of GeoJSON-formaten produceert, met metadata in het ISO 19115-format. Voor private partijen geldt INSPIRE meestal niet, maar interoperabiliteit met PDOK-datasets is vaak alsnog wenselijk.
Kunnen jullie indoor-positionering doen zonder GPS?
Ja. We zetten bluetooth-beacons (van bijvoorbeeld Estimote of Kontakt.io) op vaste posities en triangulatie geeft een positie tot enkele meters nauwkeurig. Voor grotere panden gebruiken we Wi-Fi-fingerprinting bovenop bestaande access points. Voor BIM-gestuurde routering laden we een IFC-model in de app, waarna gebruikers door een 3D-vertaling van het gebouw kunnen navigeren. Indoor-positionering werkt het beste bij organisaties met een vaste fysieke infrastructuur — magazijnen, ziekenhuizen, stadions, parkeergarages.
Native bouwen of cross-platform?
Voor geo-apps kiezen we doorgaans Flutter of React Native, omdat de mapping-libraries (Mapbox GL Native, MapLibre, Leaflet via webview) op beide platforms vergelijkbaar werken en u één codebase houdt. Voor projecten met heel zware grafische eisen of zeer specifieke hardware-koppelingen — bijvoorbeeld diepe integratie met een externe GNSS-ontvanger via een propriëtaire SDK — kiezen we soms voor native iOS (Swift met MapKit/CoreLocation) en native Android (Kotlin met de Maps SDK). We bespreken in de discovery wat past bij uw eisen en bestaande engineering-capaciteit.
Wie beheert de tile-licenties en hostingkosten?
Dat is een onderdeel van het beheer-contract als u dat afsluit. Mapbox, Maptiler en Google Maps werken met een verbruiks-model (per kaart-laden of per tile-request), terwijl ESRI met named users werkt. We monitoren het verbruik, schalen de plan op of af, en geven u maandelijks inzicht. Voor publieke-sector projecten houden we waar mogelijk PDOK-tiles aan omdat die licentievrij zijn, met een commerciële provider als fallback voor specifieke stijlen of regio's.
Werken jullie ook samen met onze eigen GIS-analisten of developers?
Ja, dat is bij geo-projecten eerder regel dan uitzondering. Veel klanten hebben een GIS-team dat de data-laag en analyses doet, terwijl wij de mobile-laag en eventueel de tussenliggende API's bouwen. We werken in dezelfde Git-repository, sluiten aan op uw projecties en datamodellen, en doen pair-programming waar dat kennisoverdracht versnelt. Aan het einde van het traject kan uw eigen team de codebase volledig zelfstandig onderhouden — geen lock-in op ons als leverancier.