De term komt uit Eric Ries' Lean Startup en betekent: het kleinste product waarmee u tegelijk waarde levert aan een eerste gebruikersgroep én leert of uw aanname over de markt klopt. Het is dus niet "een afgeslankte versie van het einddoel", maar een complete kern-functie die als hypothese-test fungeert.
Het verschil met een gewone "eerste versie" zit in het doel. Een eerste versie van software wordt gebouwd omdat de scope al vaststaat en u richting productie wil. Een MVP wordt gebouwd omdat de scope nog onzeker is en u eerst wil leren. Dat verschil bepaalt alles wat erna komt: de gekozen tech, de manier van meten, de architectuur, het tempo en — niet onbelangrijk — de manier waarop u als opdrachtgever met scope-discussies omgaat.
Wij zien in de praktijk drie hardnekkige misverstanden. Eén: een MVP is géén prototype — een prototype is om intern of met designers iets aan te tonen, een MVP gaat naar echte gebruikers en meet echt gedrag. Twee: een MVP is géén "halve app" — als de kernfunctie niet werkt, leert u niets. Drie: een MVP hoeft niet productie-perfect te zijn, maar wel goed genoeg om gebruikers terug te laten komen en niet op het eerste foutje af te haken. Wij begeleiden u in die afweging — wat hoort wel en niet in deze versie thuis — en bouwen vervolgens snel en pragmatisch.
Een MVP is een instrument, geen einddoel. Daarom werkt onze aanpak met scherpe hypotheses, een MoSCoW-lijst (zie de MoSCoW-tool voor het kader dat we hanteren) en heldere succescriteria vóór we beginnen met bouwen. Wat moet waar zijn aan het einde om door te bouwen? Wat zou ons doen besluiten te pivoten? Die vragen liggen op tafel voordat de eerste sprint start, niet erna.