FP&A op realisatiecijfers Variantieanalyse Marge en consolidatie

Financiële analysesoftware laten maken

De maandcijfers zijn rond, het verschil met de begroting staat op papier, en dan komt de vraag die niemand uit het systeem krijgt: waar komt dat verschil vandaan. Financiële analysesoftware kijkt terug en verklaart. Welk deel van de afwijking zit in prijs, welk deel in volume, welk deel in een andere mix, en welke klant of welk product trekt de marge omlaag. Appfront bouwt die analyselaag op maat, bovenop uw grootboek en subadministraties, met rapportageregels die per cijfer herleidbaar zijn naar de boeking eronder.

Terugkijken en verklaren, niet voorspellen

Financiële data draagt drie verschillende vragen. Wat is er gebeurd, dat is de afsluiting en de rapportage. Waarom is het gebeurd, dat is analyse. Wat gaat er gebeuren, dat is prognose en modellering. In de praktijk lopen die drie door elkaar in één spreadsheet, en dan verliest de middelste vraag het altijd. Er komt wel een cijfer uit en er komt wel een verwachting uit, maar niemand kan hardmaken welk deel van de afwijking uit prijs komt, welk deel uit volume en welk deel uit een andere productmix. Deze pagina gaat over die middelste vraag: de analyselaag die de realisatie uiteenrafelt en verklaart, per periode, per entiteit en per marge-object.

Zit u hier goed? Deze pagina gaat over terugkijken en verklaren. Wilt u vooruit, met driverbased modellen, scenario's en een prognose die zich bijstelt op nieuwe data, dan hoort u bij financiële predictive analytics en bij het predictive analytics dashboard. Loopt het juist vast op de laag eronder, omdat banktransacties, betalingen en openstaande posten nog met de hand tegen elkaar aan gelegd worden, dan is financiële reconciliatiesoftware de eerste stap: analyse op cijfers die niet afgeletterd zijn, is analyse op zand. Verklaren, afletteren en voorspellen zijn drie aparte disciplines met drie aparte sets eisen, ook als ze uiteindelijk op hetzelfde datamodel staan.

Wat de analyselaag onderscheidt van een gewoon rapport is de verplichting om te verklaren. Een rapport toont een getal. Een analyselaag toont het getal, het verschil met de vergelijkingsbasis, de opbouw van dat verschil in benoemde stappen, en de weg terug naar de boekingen waar het uit komt. Dat laatste is geen luxe. Zolang een controller een cijfer niet kan terugvoeren naar het boekstuk, wint in elke discussie de spreadsheet van degene die het hardst praat.

In de praktijk zit deze laag tussen drie soorten gebruikers in. De controller wil de opbouw en de weg terug naar de boeking. De directie wil vier of vijf regels die het verhaal van de periode vertellen. De manager van een productlijn of een regio wil alleen zijn eigen deel, maar wel met dezelfde definities als de rest. Dat laatste is de stille voorwaarde onder alles: één definitie per begrip, vastgelegd als data en niet als formule in het rapport van degene die het gebouwd heeft. Zodra netto omzet in twee rapporten iets anders betekent, gaat de vergadering over de cijfers in plaats van over de business.

Een totaalverschil is geen antwoord

Dat de omzet afwijkt van de begroting is een constatering. Prijs, volume en mix scheiden maakt het een bevinding waar iemand op kan handelen.

Marge woont in de subadministratie

Het grootboek kent rekeningen, periodes en kostenplaatsen. Product, klant en orderregel zitten in de lagen eronder.

Elk cijfer heeft een adres

Van rapportregel naar toerekeningsregel naar boekstuk, zonder tussenstop in een spreadsheet die niemand meer kan naspelen.

Variantieanalyse: van totaalverschil naar oorzaak

In vrijwel elke organisatie bestaat het rapport al: begroting, realisatie, verschil, en een kolom voor commentaar. En in vrijwel elke organisatie is dat rapport onbruikbaar zodra de vraag doorslaat naar het waarom. De oorzaak zit niet in het rapport maar in de data eronder, en is bijna altijd dezelfde: de begroting is opgesteld op een ander niveau dan waarop de administratie boekt. Het budget staat per kostenplaats en per periode, in een indeling die de directie herkent. De realisatie staat als journaalregel, met een grootboekrekening, een kostenplaats, soms een project, soms een artikel, en met een boekdatum die niet dezelfde is als de prestatiedatum. Zolang die twee niveaus niet expliciet op elkaar afgebeeld zijn, kunt u optellen en aftrekken, maar niet verklaren.

Verklaren begint met het verschil opsplitsen in effecten die los van elkaar te begrijpen zijn. Bij omzet zijn dat er minstens drie. Het prijseffect is het verschil tussen de gerealiseerde en de begrote prijs, gewogen met het gerealiseerde volume. Het volume-effect is het verschil tussen gerealiseerd en begroot volume, gewogen met de begrote prijs. Het mixeffect is wat overblijft doordat de verhouding tussen producten, kanalen of segmenten anders uitpakte dan begroot, ook als het totale volume klopte. Aan de kostenkant komen daar een tariefeffect en een bezettings- of efficiencyeffect bij: een ander uurtarief dan begroot, en meer of minder uren per eenheid. Werkt u in meerdere valuta, dan hoort het koerseffect als aparte laag in de opsplitsing, want anders verdwijnt een zwakkere valuta in wat op prijsdruk lijkt. De uitkomst is een brug: van vergelijkingsbasis naar realisatie in een handvol benoemde stappen, waarvan elke stap een eigenaar heeft die er iets van kan vinden.

Die opsplitsing vraagt een keuze die vaak niet gemaakt wordt: rekent u de begroting naar beneden, of telt u de realisatie naar boven? Naar beneden rekenen betekent dat u het budget van een kostenplaats met een verdeelsleutel over artikelen, klanten of orders uitsmeert. Dan kunt u fijnmazig vergelijken, maar u vergelijkt realisatie met een aanname. Naar boven tellen betekent dat u de realisatie aggregeert tot het niveau waarop begroot is. Dan is de vergelijking zuiver, maar stopt de analyse bij een niveau dat te grof is om iemand op aan te spreken. In de praktijk werkt een combinatie het beste: naar boven tellen voor de officiële afwijkingsrapportage, en fijnmaziger analyseren met een sleutel die als aanname gemarkeerd staat, zodat niemand die twee door elkaar haalt. Wat niet werkt is de keuze impliciet laten, want dan bestaan er twee waarheden waarvan niemand weet welke waar op tafel ligt.

Aan de kostenkant vraagt de opsplitsing nog een extra stap. Een afwijking op een kostenplaats is bijna nooit één verhaal: er zit een prijscomponent in, een volumecomponent die met de bedrijvigheid meebeweegt, en een deel dat echt over beheersing gaat. Kosten die met de omzet meebewegen horen daarom eerst geschoond te worden voor het verschil in activiteit, want anders krijgt een afdeling een rode regel omdat het goed ging. Dat schonen is niets anders dan de begroting herrekenen op de gerealiseerde activiteit, en het is precies de reden waarom de aanname achter een verdeelsleutel expliciet moet zijn. Wie die stap weglaat, houdt een lijst over waarop de grootste afwijkingen bij de drukste afdelingen staan, en dat is geen bevinding maar een rekenartefact.

Een deel van de afwijkingen op zo'n lijst gaat trouwens niet over de business. Een factuur die een periode later geboekt is, een herrubricering tussen rekeningen, een voorziening die in één keer genomen is, een correctieboeking van de accountant: het verschil is echt, maar de verklaring is administratief. Als die posten niet apart te markeren zijn, verzuipt de handvol afwijkingen die er wél over gaat. Daarom hoort bij elke afwijking een categorie en een eigenaar, en hoort commentaar aan het cijfer te blijven hangen in plaats van in een mail te verdwijnen. Een drempel helpt daarbij: alleen afwijkingen boven een afgesproken grens vragen een verklaring, zodat de aandacht naar de posten gaat die het verschil maken. En omdat het commentaar bij het cijfer blijft staan, kunt u de volgende periode teruglezen wat er de vorige keer over gezegd is, wat een van de weinige manieren is om een terugkerend probleem als terugkerend te herkennen.

Waartegen vergelijkt u eigenlijk?

Het verschil met de begroting is geen eenduidig gegeven zodra de begroting een geschiedenis heeft. Er is de oorspronkelijk vastgestelde begroting, er zijn de tussentijdse wijzigingen, er is de laatst goedgekeurde forecast en er is dezelfde periode vorig jaar. Die vier geven vier verschillende verschillen, en alle vier zijn ze legitiem, zolang op het rapport staat welke het is. Een analyselaag hoort de vergelijkingsbasis daarom als volwaardige dimensie te behandelen, met een versie, een vaststellingsmoment en een status. Dan kunt u een rapport reproduceren zoals het er toen uitzag, en tegelijk zien wat er met de huidige indeling en de huidige regels uit zou komen. Zonder die dimensie krijgt u onvermijdelijk de discussie waarin twee mensen hetzelfde rapport openen en een ander verschil zien.

Bij vergelijkingen over de jaargrens spelen bovendien twee correcties. De eerste is de samenstelling van de groep: een overname of een afgestoten onderdeel maakt een groeicijfer waardeloos, dus hoort er naast de gerapporteerde vergelijking een vergelijking op gelijke samenstelling te staan. De tweede is valuta. Dezelfde omzet in een andere koers is geen prestatie. Beide correcties zijn afzonderlijke stappen in de brug en geen aanpassing van het brongetal, want zodra u het brongetal aanraakt, sluit het niet meer aan op de administratie en bent u de herleidbaarheid kwijt die deze hele laag moet leveren.

Wat een financiële analyselaag moet kunnen

Deze onderdelen leunen op elkaar. Een variantiebrug zonder toerekeningsregels met een ingangsdatum levert cijfers die de volgende periode anders zijn zonder dat iemand weet waarom. Toerekening zonder aansluitrapport levert een model dat mooi optelt maar niet naar de administratie herleidbaar is. En elk cijfer dat niet doorklikbaar is naar de boeking eronder blijft een mening.

Variantiebrug met prijs, volume en mix

Van vergelijkingsbasis naar realisatie in benoemde stappen, elke stap met een eigenaar, in plaats van één verschilkolom zonder uitleg.

Margestaffel per product, klant en order

Van bruto factuurwaarde via kortingen, bonussen en retouren naar netto omzet, en verder naar dekkingsbijdrage per marge-object.

Toerekeningsregels met versie en ingangsdatum

Verdeelsleutels als data in plaats van formules verstopt in een rapport, met historie, zodat oude perioden reproduceerbaar blijven.

Consolidatie met intercompany-eliminatie

Lokale rekeningschema's afgebeeld op het groepsschema, onderlinge posten geëlimineerd, koersverschillen apart in beeld.

Aansluitrapport op de proefbalans

Bij elke laadslag een controle per rekening en per periode tussen het analysemodel en de administratie, met benoemde verschillen.

Drill-through tot het boekstuk

Van rapportregel naar de journaalregels eronder, met de toegepaste regels in beeld, zonder export naar een spreadsheet.

Marge per product, klant en order

Vraag een willekeurige financiële afdeling om de marge per klant, en het antwoord komt uit een spreadsheet. Dat is geen onwil. Het grootboek is opgebouwd rond rekeningen, periodes en kostenplaatsen, terwijl de dimensies die u voor margeanalyse nodig heeft, artikel, klant, order, orderregel en soms zending, alleen in de subadministraties en in het order- of ERP-systeem bestaan. Marge per product is dus per definitie een samenstelling uit meerdere bronnen. Juist daarom valt of staat het geheel bij de aansluiting: het totaal van de margeanalyse moet gelijk zijn aan de omzet en de kostprijs in het grootboek, of het verschil moet benoemd zijn.

De opbouw begint bij bruto factuurwaarde en werkt in benoemde stappen naar beneden. Eraf gaan de regelkortingen en de staffels, de creditnota's en retouren, de vrachtbijdragen die u zelf draagt, de betalingskortingen, en de bonussen die pas na de periode uitgekeerd worden. Wat dan overblijft is netto omzet, en dat is het enige omzetgetal waarop een margediscussie zinnig is. Daaronder komen de direct toewijsbare kosten: inkoopwaarde of materiaal, directe uren, uitbesteed werk, en de logistieke en servicekosten die aan die order hangen. Het resultaat is een dekkingsbijdrage. Pas daarna komen de toegerekende indirecte kosten, en die stap hoort zichtbaar apart te blijven, want daar zit de aanname.

De bonussen verdienen aparte aandacht. Een afspraak die aan het eind van het jaar op een omzetstaffel afrekent, hoort gedurende het jaar opgebouwd te worden op basis van de verwachte uitkomst, anders zien de eerste perioden er te goed uit en de laatste te slecht. Hetzelfde geldt voor jaarlijkse toeslagen, marketingbijdragen en langlopende garantieverplichtingen. Wie deze posten pas verwerkt wanneer ze betaald worden, krijgt een klant die het hele jaar winstgevend lijkt en in de laatste periode onder water gaat, terwijl er in de handel niets veranderd is. Voor de analyselaag betekent dit dat een deel van de kosten per definitie een berekening is, en dat die berekening dus versiebeheer en een verklaring nodig heeft.

Dan de kostprijs zelf. Werkt u met standaardkostprijzen, dan staat op de order de standaard, en landen de prijs- en efficiencyverschillen op aparte verschilrekeningen die nooit naar de order terugkomen. Dat is een verdedigbare keuze, maar het betekent dat de som van de ordermarges niet gelijk is aan het bedrijfsresultaat, en dat verschil hoort in het rapport te staan in plaats van in een voetnoot. Werkt u met werkelijke kostprijzen, dan schuift de marge van een order nog na de facturatie, omdat een latere inkoopfactuur of vrachtnota alsnog aanlandt. Ook dat is verdedigbaar, mits voor iedereen duidelijk is dat een periode pas definitief is als hij gesloten is. Wat niet werkt, is de ene methode in het rapport gebruiken en de andere in de discussie.

Werkt u projectmatig of in dienstverlening, dan komt het onderhanden werk erbij. De marge van een opdracht ontstaat dan over meerdere perioden, en het beeld per periode hangt af van hoe u de voortgang bepaalt en wat u aan onderhanden werk toerekent. Een opdracht die aan het eind alsnog uitloopt, hoort dat verlies niet in één keer als verrassing op te leveren; het hoort al eerder zichtbaar te zijn geworden in de verwachte einduitkomst. Voor de analyselaag betekent dit dat er naast de gerealiseerde marge per periode een tweede getal bestaat, namelijk de verwachte marge bij oplevering, en dat de beweging tussen die twee net zo interessant is als het verschil met de begroting.

Ten slotte de dienstverlening zelf. Twee klanten met dezelfde omzet en dezelfde brutomarge kunnen ver uit elkaar liggen zodra u meeneemt hoeveel orders zij plaatsen, hoe klein die orders zijn, hoe vaak zij retourneren en hoeveel aandacht zij van binnendienst en service vragen. Die kosten staan niet op de factuur en volgen hun eigen verdeelsleutel. Wilt u daar diep in, dan is cost-to-serve analytics de gerichte ingang. Op deze pagina is het een van de lagen van de staffel, en vooral een reden om de staffel niet bij brutomarge te laten stoppen.

  • Netto omzet na kortingen, bonussen en retouren als vertrekpunt
  • Dekkingsbijdrage los van toegerekende indirecte kosten
  • Verdeelsleutels als data, met versie en ingangsdatum
  • Verschil tussen standaardkostprijs en werkelijke kosten benoemd
  • Som van de marge-objecten sluit aan op het grootboek
  • Doorklikken van marge per klant naar de onderliggende orderregels
Nog niet zeker over een groot traject?

Test je idee eerst — werkend prototype in 1 dag

Met OneDayBuild maken we je idee in één dag tastbaar voor €950, zodat je weet of verdere ontwikkeling de investering waard is. Besluit je door te gaan met de volledige bouw? Dan verrekenen we de kosten volledig.

Bekijk OneDayBuild →

Consolideren over entiteiten en de weg terug naar de bron

Zodra er meerdere entiteiten zijn, is consolidatie eerst een afbeeldingsvraagstuk en pas daarna rekenwerk. Elke administratie heeft een eigen rekeningschema, gegroeid met de eigen geschiedenis, en dat schema moet afgebeeld worden op een groepsindeling. Die afbeelding is nooit netjes een op een: er zijn rekeningen die op meerdere groepsregels uitkomen afhankelijk van de tegenrekening of de kostenplaats, en er zijn rekeningen die in het ene land verplicht apart staan en in het groepsbeeld samenvallen. De afbeeldingstabel hoort daarom een ingangsdatum en een eigenaar te hebben, en elke wijziging hoort te leiden tot een verklaarbare beweging in de vergelijkende cijfers, niet tot een stille herschikking van het verleden.

Daarnaast moeten de dimensies zelf op elkaar passen. Dezelfde klant staat in drie landen onder drie nummers, hetzelfde artikel heeft in twee entiteiten een andere code, en een kostenplaats betekent per vestiging iets anders. Zonder een sluitende sleutel tussen die administraties telt u appels bij peren op, hoe net het rapport er ook uitziet. Dat is geen rapportagevraag maar een gegevensvraag, en de oplossing hoort thuis bij master data management en in de datawarehouse-laag onder het rapport, niet in een extra kolom in de spreadsheet van de groepscontroller.

Intercompany, valuta en de samenstelling van de groep

Onderlinge transacties moeten eruit, en dat klinkt eenvoudiger dan het is, want elimineren kan pas als beide kanten kloppen. In de praktijk verschillen ze: de ene entiteit heeft in de ene periode geboekt en de andere een periode later, of er zit een bedrag- of koersverschil op. Een consolidatie hoort daarom te beginnen met een verschillenmatrix per paar entiteiten, met een eigenaar per regel, en pas daarna te elimineren. Naast de omzet- en kostenparen en de onderlinge vorderingen en schulden is er nog een categorie die vaak vergeten wordt: marge die nog in de voorraad van een andere entiteit zit en op groepsniveau dus nog niet gerealiseerd is.

Valuta is de tweede laag. De gangbare praktijk is de winst- en verliesrekening tegen een gemiddelde koers omrekenen, de balans tegen de slotkoers en het eigen vermogen tegen de historische koers, waarbij het verschil dat daaruit ontstaat in een omrekeningsreserve landt. Voor de analyse is vooral belangrijk dat het koerseffect een eigen stap in de brug is, zodat een directie ziet welk deel van de beweging uit de operatie komt en welk deel uit de koers. De derde laag is de samenstelling. Een deelneming kan volledig geconsolideerd worden, proportioneel meegenomen of tegen vermogensmutatie verwerkt, en dat belang kan gedurende het jaar veranderen. Het aandeel van derden hoort apart zichtbaar te zijn, en een vergelijking over de jaargrens hoort te vermelden of hij op de huidige of op de toenmalige samenstelling gemaakt is. Correcties die alleen op groepsniveau bestaan, zoals afwijkende waarderingsgrondslagen of consolidatieboekingen, horen in een eigen laag te staan die de lokale cijfers niet overschrijft, met eigen vastlegging van wie wat wanneer gewijzigd heeft.

Aansluiten op het grootboek en herleidbaar blijven

Herleidbaarheid is geen rapportfunctie maar een ontwerpeis, en hij begint bij een controle die automatisch meeloopt: per rekening en per periode moet het analysemodel gelijk zijn aan de proefbalans. Wijkt het af, dan gaat het rapport niet naar buiten voordat het verschil een naam heeft. Die verschillen zijn er namelijk altijd, en de meeste zijn legitiem. Het analysemodel rekent vaak op de prestatie- of leverdatum en het grootboek op de boekdatum. Handmatige journaalposten hebben geen artikel of klant en komen dus in een niet-toewijsbare categorie terecht. Herwaarderingen, afrondingen, intercompany-posten en voorzieningen geven elk hun eigen verschil.

Het antwoord is niet die verschillen wegpoetsen maar ze benoemen: een aansluitbrug waarin het grootboektotaal gelijk is aan het modeltotaal plus een beperkt aantal categorieën, elk met een eigenaar. Een niet-toewijsbaar bedrag dat stil over producten uitgesmeerd wordt, is veel gevaarlijker dan hetzelfde bedrag zichtbaar apart, want het eerste maakt elk productcijfer een beetje onwaar zonder dat iemand het merkt. Bij die aansluiting hoort ook een keuze over datums: welke datum drijft het rapport, en welke afwijking accepteert u daardoor structureel. Die keuze hoort op het rapport te staan, niet in het hoofd van degene die het model gebouwd heeft.

Daar komt een tweede eis bij: reproduceerbaarheid. Als u het rapport van een gesloten periode nu opnieuw laat draaien, komt er dan hetzelfde uit? Alleen als de toerekeningsregels, de afbeeldingstabellen en de vergelijkingsbasis versies hebben met een geldigheidsperiode. Twee weergaven zijn dan beide legitiem: het cijfer zoals het toen gerapporteerd is, en het cijfer zoals het met de huidige regels uitkomt. Wat niet legitiem is, is niet weten welke van de twee op het scherm staat. En omdat er ook na de afsluiting nog geboekt wordt op een gesloten periode, hoort het model zulke nagekomen boekingen te detecteren en te melden in plaats van ze geruisloos mee te nemen. Wie dat inbouwt, hoeft de vraag of het rapport klopt niet elke periode opnieuw met de hand te beantwoorden.

Twee eisen komen er in de praktijk altijd bij: rechten en snelheid. Rechten, omdat een regiomanager zijn eigen entiteit hoort te zien en niet die van de buurman, terwijl de groepscontroller alles ziet. Dat vraagt filtering op rijniveau in het model zelf en niet in het rapport, want om een rapportfilter heen komen is te eenvoudig. Snelheid, omdat doorklikken van een groepstotaal naar losse orderregels over veel meer regels loopt dan een gemiddeld dashboard aankan. Daar helpt een vastgelegd sterschema met afgesloten perioden als snapshot, zodat de zware historie niet bij elke vraag opnieuw berekend wordt en alleen de lopende periode nog beweegt. Die twee eisen bepalen samen vaak meer van de architectuur dan de rapportwensen op de eerste pagina van het projectvoorstel.

Variantiebrug Prijs, volume en mix Margestaffel Toerekeningsregels met versie Intercompany-eliminatie Omrekening naar groepsvaluta Aansluiting op de proefbalans Drill-through Sterschema Periodesnapshots

Wanneer een standaardpakket de betere keuze is

Financiële analyse is geen witte vlek in de softwaremarkt. Er is een volwassen categorie planning- en consolidatiepakketten, er zijn BI-platformen met een financiële laag erop, en de meeste leveranciers van boekhoud- en ERP-software hebben inmiddels een rapportagemodule die verder komt dan een export. Voor een deel van de lezers van deze pagina is zo'n pakket de verstandigere route, en dat zeggen we liever nu dan halverwege een offertetraject.

Wat een pakket meebrengt, is precies het werk dat u niet zelf wilt bouwen: consolidatielogica, omrekening naar groepsvaluta, versiebeheer op begrotingen, een audittrail, rechten tot op rijniveau en connectoren naar de bekende administratiepakketten. Dat alles wordt onderhouden en groeit mee met veranderende verslaggevingsregels. Volgt uw situatie het gangbare patroon, een overzichtelijk aantal entiteiten, een gangbaar rekeningschema en marge op product- en klantniveau, dan koopt u dat kant-en-klaar in en verschuift uw inspanning van bouwen naar inrichten. Dat inrichten is trouwens ook werk, en meestal meer dan de demo suggereert.

Maatwerk loont in minder situaties dan aanbieders suggereren, en het duidelijkste geval is een toerekenings- of margelogica die echt van u is. Een rekenmodel dat per orderregel de werkelijke kosten van bewerken, verpakken, vervoeren en retourneren opbouwt op een manier die in uw sector niet standaard is, is precies het deel dat u kwijtraakt zodra u het in een pakketformulier moet persen. Het tweede geval is een analyse-object dat het dimensiemodel van het pakket niet kent: per reis, per traject, per bouwdeel, per abonnementscohort. Het derde is granulariteit: analyse tot op orderregel over meerdere jaren, met doorklikken tot de boeking, loopt in veel pakketten vast op volume of op licentiegrenzen. Het vierde is een bronsysteem waarvoor geen connector bestaat, bijvoorbeeld een eigen order-, productie- of dossiersysteem.

De keerzijde hoort erbij. Bij zelfbouw ligt het bijhouden van veranderende verslaggevings- en rapportageregels bij uw eigen organisatie, en bij consolidatie en jaarrekeninggerelateerde rapportage is dat geen kleine verantwoordelijkheid. Vaak is de tussenweg het beste antwoord: een pakket voor de consolidatie en de officiële cijfers, maatwerk voor de analyselaag die uw eigen marge- en toerekeningslogica draagt, met één gedeeld datamodel eronder. Hoe we die afweging maken en welke vragen we daarvoor stellen, leest u bij een ERP-systeem op maat; werkt u in een gereguleerde omgeving, dan is software voor de financiële sector de bredere ingang.

Eén ding lost maatwerk niet op: een rekeningschema waarin niemand meer weet welke rekening waarvoor bedoeld is, of stamdata die per entiteit anders gecodeerd staat. Dat is voorwerk, en het is voorwerk dat u ook voor een pakket moet doen. Wie die stap overslaat, bouwt een nette analyselaag boven een dataset die de vraag simpelweg niet kan beantwoorden.

  • Pakket als uw situatie het gangbare consolidatiepatroon volgt
  • Pakket als versiebeheer en audittrail de zwaarste eis zijn
  • Maatwerk bij een eigen toerekenings- of margelogica
  • Maatwerk bij een analyse-object dat het pakket niet kent
  • Maatwerk bij bronsystemen zonder bestaande connector
  • Tussenweg: pakket voor de consolidatie, maatwerk voor de analyse

Veelgestelde vragen over financiële analysesoftware

Financiële analysesoftware kijkt terug en verklaart: waarom wijkt de realisatie af van de vergelijkingsbasis, welk deel zit in prijs, volume en mix, en waar zit de marge per product, klant of order. Predictive analytics kijkt vooruit en modelleert: prognoses, scenario's en drivers. De twee horen op hetzelfde datamodel te staan, want een prognose zonder betrouwbare historie is een gok, maar het zijn verschillende toepassingen met verschillende eisen. Zoekt u het vooruitkijkende deel, dan is de pagina over financiële predictive analytics de juiste ingang.

Omdat het grootboek is opgebouwd rond rekeningen, periodes en kostenplaatsen, en niet rond klanten, artikelen en orderregels. Die dimensies bestaan alleen in de subadministraties en in het order- of ERP-systeem. Marge per klant is daarom altijd een samenstelling uit meerdere bronnen. Dat mag, mits het totaal van die samenstelling aansluit op de omzet en de kostprijs in het grootboek, en mits de verschillen die overblijven een categorie en een eigenaar hebben in plaats van stil over producten uitgesmeerd te worden.

Alle drie zijn legitiem en ze geven verschillende antwoorden. De vastgestelde begroting meet of de afspraak gehaald wordt, de laatste forecast meet of het beeld van de vorige periode nog klopt, en vorig jaar meet de ontwikkeling. Belangrijk is dat de vergelijkingsbasis een echte dimensie is, met een versie en een vaststellingsmoment, zodat op het rapport staat welke basis gebruikt is. Bij vergelijkingen over de jaargrens horen daar twee correcties bij: gelijke samenstelling van de groep, en het koerseffect als aparte stap.

Door de aansluiting als controle in te bouwen in plaats van hem achteraf met de hand te doen. Bij elke laadslag vergelijkt het model zich per rekening en per periode met de proefbalans. Verschillen zijn normaal, bijvoorbeeld door prestatiedatum tegenover boekdatum of door handmatige posten zonder artikel, maar ze horen in een aansluitbrug te staan met een categorie en een eigenaar. Sluit het niet, dan wordt het rapport niet vrijgegeven. Daarnaast hoort elk cijfer doorklikbaar te zijn tot de journaalregels eronder.

Vaak wel, en voor een deel van de organisaties is dat de verstandigere route. Er bestaan volwassen planning- en consolidatiepakketten en BI-platformen met een financiële laag, inclusief versiebeheer op begrotingen, omrekening naar groepsvaluta en een audittrail. Volgt uw situatie het gangbare patroon, dan koopt u dat kant-en-klaar in. Maatwerk wordt pas interessant bij een eigen toerekenings- of margelogica, bij een analyse-object dat het dimensiemodel niet kent, bij analyse tot op orderregel, of bij bronsystemen waarvoor geen connector bestaat.

De broncode en de documentatie zijn eigendom van de opdrachtgever en staan in een repository waar u zelf toegang toe heeft. Bij oplevering hoort een beschrijving van de architectuur, de datamodellen, de toerekeningsregels en de koppelingen, zodat een andere partij het kan overnemen zonder eerst te reverse-engineeren. We werken met gangbare technologie, omdat dat bepaalt hoeveel partijen het onderhoud kunnen oppakken.

Gerelateerde diensten

Financiële predictive analytics

Wilt u niet verklaren maar voorspellen, met driverbased modellen, scenario's en prognoses die zich bijstellen zodra er nieuwe data binnenkomt, dan is financiële predictive analytics de juiste ingang. Voor de visuele kant daarvan, met scenario's naast elkaar in één beeld, is er het predictive analytics dashboard.

Financiële reconciliatiesoftware

Loopt het vast bij het afletteren van banktransacties, betalingen, openstaande posten en tegenrekeningen, dan begint het werk daar en niet bij de analyse. Financiële reconciliatiesoftware zorgt dat de cijfers kloppen en de posten gematcht zijn, voordat u ze gaat verklaren.

KPI-dashboard op maat

Moet de uitkomst vooral landen bij mensen buiten finance, in een beeld dat per rol iets anders toont en dat niemand hoeft te interpreteren, dan is een KPI-dashboard op maat de logische bovenlaag op deze analyse. De definities blijven daarbij in de analyselaag staan, zodat er één versie van elk begrip is.

Uw afwijkingsrapport onder de loep

Vertel ons hoe uw rapport van begroting tegenover realisatie nu tot stand komt, op welk niveau de begroting vastligt en wat er gebeurt als iemand vraagt waar een verschil vandaan komt. Vertel er ook bij of de marge per klant uit een systeem komt of uit een spreadsheet, en of het totaal daarvan aansluit op het grootboek. Uit die antwoorden blijkt meestal of een pakket, maatwerk of een combinatie het beste past.

Edit Content