Vanaf wanneer geldt dit?
De verordening is op 11 januari 2024 in werking getreden en wordt sinds 12 september 2025 toegepast. Voor connected producten die vanaf 12 september 2026 op de markt worden gebracht, geldt daarnaast de ontwerpeis: het product moet zo zijn gemaakt dat de gegevens standaard en eenvoudig toegankelijk zijn voor de gebruiker. De bepalingen over overstapkosten voor clouddiensten kennen een eigen tijdlijn, waarbij die kosten stapsgewijs verdwijnen.
Wat valt er precies onder “gegevens die het product produceert”?
Ruwe gegevens en wat daar direct uit volgt: meetwaarden, toestanden, gebeurtenissen, gebruiksgegevens. Wat erbuiten valt, is informatie die het resultaat is van substantiele investering in bewerking en analyse. Die grens is niet scherp getrokken en daar zal de komende jaren discussie over komen. Voor uw ontwerp betekent het vooral dat u die twee gescheiden wilt houden, zodat u een laag kunt ontsluiten zonder uw systeem uit elkaar te trekken.
Mogen wij kosten rekenen voor toegang?
Voor de gebruiker die zijn eigen productgegevens opvraagt, mag toegang niet onnodig worden bemoeilijkt en zijn er beperkingen aan wat u in rekening brengt. Bij het beschikbaar stellen aan een derde partij op verzoek van de gebruiker gelden andere regels, waaronder de mogelijkheid van een redelijke vergoeding, met een lichter regime voor kleine ondernemingen. Dit is bij uitstek een vraag voor uw jurist; wij zorgen dat uw systeem beide kan.
Wat gebeurt er met onze bedrijfsgeheimen?
Die blijven beschermd. De verordening kent uitdrukkelijk een regeling waarbij u maatregelen kunt verbinden aan het delen van gegevens die bedrijfsgeheimen bevatten, en in uitzonderlijke gevallen het delen kunt weigeren. Wat niet werkt, is alles tot bedrijfsgeheim verklaren om onder de plicht uit te komen. In de praktijk lost de scheiding tussen ruwe en afgeleide gegevens dit grotendeels op: uw analyse is waar uw geheim zit, niet in de meetwaarde.
Moeten wij dit in realtime aanbieden?
Waar het product de gegevens continu of vrijwel continu genereert en dat technisch mogelijk is, ligt directe beschikbaarheid voor de hand. Voor veel toepassingen is periodieke levering voldoende. Wat vooral telt, is dat de toegang eenvoudig, veilig en in een gangbaar formaat gaat, zonder dat er iemand van u tussen zit. Wij ontwerpen de koppeling zo dat u het ritme later kunt aanpassen zonder opnieuw te bouwen.
Hoe lang moeten wij gegevens beschikbaar houden?
Dat is niet in een enkele termijn te vangen. Het hangt samen met de aard van het product, met wat u contractueel afspreekt en met andere bewaarplichten die op u rusten. Wat wij doen, is die keuze onderbouwen en vastleggen in plaats van hem te gokken, en het bewaarbeleid zo inrichten dat het per soort gegeven verschilt. Dat scheelt opslagkosten en het maakt de uitleg eenvoudiger.
Wij zijn afnemer, geen leverancier. Heeft dit voor ons nut?
Zeker. Als afnemer krijgt u rechten: toegang tot de gegevens van de apparatuur die u gebruikt, en de mogelijkheid om een andere partij daarmee te laten werken. Dat opent onderhoudscontracten die eerder dicht zaten en het maakt vergelijken mogelijk. Wij helpen aan die kant met het ophalen en bruikbaar maken van die gegevens, en met de vraag wat u contractueel moet vastleggen om ze ook echt te krijgen.
Hoe verhoudt dit zich tot de AVG?
Ze staan naast elkaar. Gaan de productgegevens over een identificeerbaar persoon, dan geldt de AVG onverkort en heeft u daarvoor een grondslag nodig; de Data Act maakt dat niet ruimer. In de praktijk is het grootste deel van de machinegegevens niet persoonsgebonden, maar bij voertuigen, wearables en apparatuur in een woning ligt dat anders. Wij markeren dat in de werksessie, zodat uw jurist weet waar hij naar moet kijken.
Wat betekent dit voor onze architectuur?
Drie dingen. Gegevens moeten ergens liggen waar ze te benaderen zijn zonder dat iemand in uw systeem hoeft; dat is een koppeling, geen databasetoegang. Er moet een rechtenlaag omheen, want toegang geven aan de gebruiker is iets anders dan toegang geven aan iedereen. En er hoort vastlegging bij, zodat toegang controleerbaar is. Die drie zijn overzichtelijk werk als u ze meeneemt in het ontwerp, en een verbouwing als u ze er later bij moet zetten.
Wat hoort er in een exitregeling?
In welk formaat gegevens meekomen, binnen hoeveel tijd, tegen welke voorwaarden, en hoe lang u na een opzegging blijft leveren zodat de overgang gemaakt kan worden. Die laatste ontbreekt het vaakst en geeft de meeste rust. Voeg daaraan toe dat de klant het exportformaat vooraf mag testen — dat is het verschil tussen een regeling die werkt en een die op papier bestaat.
Verliezen wij hiermee onze klanten?
Dat is de vrees en zelden de uitkomst. Klanten vertrekken vooral wanneer ze het gevoel hebben dat ze niet weg kunnen. In inkooptrajecten is een aantoonbaar werkende exitregeling inmiddels een pluspunt, niet een risico. Waar u wel over na moet denken, is welk deel van uw dienst op exclusieve toegang leunde — dat deel wordt kwetsbaar, en dat is een strategische vraag die beter nu dan straks op tafel ligt.